İçindekiler
Wie vandaag de algemene situatie van de wereld en de toestand van de moslims bekijkt, zal onvermijdelijk veel ontmoedigende beelden tegenkomen. Zo missen velen de rijkdom van het geloof, terwijl afgoderij in allerlei nieuwe gedaanten blijft voortleven. Er zijn massa’s mensen die achter totems aanrennen en voor allerlei iconen buigen. Sterker nog: sommigen gaan zelfs zo ver dat zij met hun woorden en daden openlijk de strijd aanbinden met God, de Godsgezant ﷺ belasteren en azen op iedere kans om de Koran te beledigen. Deze toestand is zó wijdverbreid geworden dat zelfs in landen waar moslims de meerderheid vormen, geloof, religie en de Koran zonder schroom worden bespot. En zelfs in samenlevingen die de geopenbaarde godsdiensten belijden, is wereldgezindheid en materialisme diep doorgedrongen en vanzelfsprekend geworden.
Hoewel wordt gezegd dat er wereldwijd ongeveer twee miljard moslims zijn, is het eerlijk gezegd moeilijk in te schatten hoeveel mensen er werkelijk in God geloven zoals het hoort, de Profeet ﷺ naar zijn werkelijke waarde kennen, zich van harte verbinden aan de geloofsbeginselen en het uitdragen van hun geloof tot levensideaal hebben gemaakt. Als er werkelijk een half miljard mensen van dat kaliber waren geweest, zou de wereld er vandaag totaal anders hebben uitgezien. Helaas verkeren de moslims, hoewel zij in kwantiteit talrijk lijken, in kwaliteit in een ernstige zwakte. Daarbij komt dat er tussen mensen van verschillende religies en culturen zulke diepe kloven zijn ontstaan, dat het ook niet eenvoudig is elkaar te bereiken en gevoelens en gedachten uit te wisselen. Wie dit soort taferelen aanschouwt, kan gemakkelijk de moed verliezen. En wie geen lichtpunt meer ziet, loopt het gevaar weg te zinken in wanhoop.
Stevig in de schoenen staan
Grootse zaken als het doen ontstaan van nieuwe werkelijkheden, het veranderen van het aangezicht van de wereld of het beschikken over het lot van de mensheid, behoren niet rechtstreeks tot ons. Dat zijn zaken die God verwezenlijkt. Onze verantwoordelijkheid is: naar onszelf kijken, standvastig blijven en recht doen aan de positie die ons is toevertrouwd. Nu het ons ten deel is gevallen te behoren tot de gemeenschap van de Trots der Mensheid ﷺ, en God ons de goddelijke gunst heeft geschonken om in het einde der tijden de Heldere Godsdienst van de islam te dienen, is het aan ons die verantwoordelijkheid waar te maken en recht te doen aan deze zegeningen.
Wie ziet dat hem een buidel vol kostbare juwelen is toevertrouwd, wie beseft dat hij wordt geroepen tot een leven van toewijding aan de Waarheid en de omvang van zijn opdracht werkelijk doorgrondt, kan zich niet permitteren achterover te leunen of op zijn gemak voort te sukkelen. Want wat God hem heeft toevertrouwd, is van het grootste gewicht en de grootste betekenis. De taak van de dienaar is na te gaan of hij trouw is aan het hem toevertrouwde, en zich voortdurend in waakzaam zelfonderzoek (murāqabah) af te vragen of hij werkelijk leeft in een geest van toewijding. Want als wíj die verantwoordelijkheid niet waard blijken te zijn, neemt God hem van ons weg en vertrouwt hem toe aan anderen die bekwamer en waardiger zijn.
In een verheven vers zegt God de Almachtige:
اِنْ يَشَأْ يُذْهِبْكُمْ وَيَأْتِ بِخَلْقٍ جَديدٍ
“Als Hij wil, neemt Hij jullie weg en brengt Hij een gloednieuw volk voort.”[1]
Deze boodschap, dat in verschillende verzen wordt herhaald,[2] is een ernstige waarschuwing en een grote dreiging voor ons. Met deze uitspraak geeft God ons de volgende les: “Beschouw uzelf niet als onmisbaar. Sta stevig op uw plek, bewaar uw kaliber. Gods toevertrouwde last is zo zwaar dat alleen degenen van het juiste kaliber haar kunnen dragen. Als u uw belofte verbreekt, dat wil zeggen als u uw woord niet houdt, neemt God deze last van u weg en overhandigt haar aan wie er bekwaam voor zijn.”
Daarom moeten we ons niet verliezen in zorgen over wat morgen zal brengen, noch wegzinken in teleurstelling wanneer we de huidige problemen aanschouwen. De wezenlijke vraag is: doen wij recht aan de positie die wij vertegenwoordigen? Als God vandaag aan een gemeenschap de heilige taak toevertrouwt die ooit was weggelegd voor de Shāh-i Gaylānīs, de Abū l-Ḥasan Shādhilīs, de Aḥmad Badawīs en de Aḥmad Rufāʿīs, dan is dat vergelijkbaar met het verlenen van de rang van veldmaarschalk aan een gewone soldaat. Het is een verheffing tot een uitzonderlijk hoge positie. Zo’n positie hebben wij niet verdiend door onze eigen inspanningen: Zij is ons geschonken uit goddelijke genade. Juist daarom rust op ons de verantwoordelijkheid om die genadige gunst waardig te beantwoorden. Anders zouden we ondankbaar zijn tegenover Gods gunst, en daarmee respectloos tegenover God.
We mogen nooit vergeten dat God de harten van mensen alleen opent voor degenen wier eigen hart openstaat. Wanneer Hij iemand naar leiding wil voeren, maakt Hij vaak gebruik van mensen die die leiding zelf tot in de diepste vezels van hun geweten hebben ervaren. Wanneer er een groep mensen opstaat die haar verantwoordelijkheid zorgvuldig draagt en werkelijk bekwaam blijkt, zal God zijn gunsten bij stromen laten neerdalen en zijn zegeningen vermeerderen. Op hen rust dan de plicht hun dankbaarheid verder te vergroten. Blijft dat echter uit, dan dienen zij zichzelf ter verantwoording te roepen met de woorden: “Alles heeft zijn vastgestelde tijd. Blijkbaar hebben wij op dit punt niet de nodige bekwaamheid getoond en zijn we er niet in geslaagd de geschiktheid te bezitten om deze last te dragen.” Vervolgens moeten zij hun tekortkomingen onder ogen zien en eraan werken die te herstellen.
We mogen de oorzaak van onze situatie niet uitsluitend zoeken in aantallen. Het is te gemakkelijk om alles te verklaren vanuit de zwakte of geringe macht van moslims. Tegelijk mogen we niet voorbijgaan aan de ernstige nalatigheid en achteloosheid die hierin een rol hebben gespeeld. Jammer genoeg hebben anderen, vanaf de dag dat wij onszelf aan onachtzaamheid overgaven, de waarden die wij loslieten opgepakt, ze ontwikkeld en naar een bepaald niveau gebracht, en zijn zij begonnen de wereld te beheersen. Daarom is het noodzakelijk dat wij ons opnieuw de de eigenschappen en principes eigen maken die ons vroeger tot zulke grote hoogten hebben gebracht tot aan de vierde en vijfde islamitische eeuw.
We zijn vaak trots op de successen die moslims in de vroege eeuwen hebben behaald. Vol trots vertellen we hoe een handvol mensen na de komst van de islam grote omwentelingen teweegbrachten die wereldwijd weerklank vonden. We lezen vol bewondering hoe zij de grootmachten van hun tijd trotseerden en hun waarden naar alle uithoeken van de wereld brachten. Maar belangrijker dan bewondering is begrip. De diepere oorzaken begrijpen achter het succes van die heldhaftige mensen. En vervolgens: in staat zijn het kaliber te bereiken dat zij hadden, de prestaties die zij leverden ook nu te laten zien, de waarden die wij bezitten opnieuw te vertolken in de taal, het denken en de filosofie van onze tijd, zodat we ze opnieuw aan de mensheid kunnen aanbieden.
Overtuiging en dialoog
Bediüzzaman heeft duidelijk verwoord hoe de strijd in onze tijd er moet uitzien: het materiële zwaard is in zijn schede gestoken, en dat beschaafde mensen alleen nog door overtuiging kunnen worden overwonnen.[3] Daarmee heeft hij helder aangegeven welke vorm de strijd van deze tijd moet aannemen. Ook wij proberen daarom via dialoog de weg naar andere samenlevingen open te houden. Enerzijds willen we onze stem laten horen; anderzijds zetten we ons ervoor in dat het zwaard in de schede blijft. We hebben persoonlijk gezien dat het streven naar dialoog tot nu toe een serieuze weerklank heeft gevonden in het collectieve geweten van de mensheid. Het vergieten van bloed en tranen hangt de mensheid de keel uit. Nauwelijks waren de wonden van de Eerste Wereldoorlog geheeld, of de Tweede Wereldoorlog brak uit en eiste opnieuw miljoenen levens. De enige weg om te voorkomen dat soortgelijke tragedies zich herhalen, is door bruggen van dialoog te bouwen en eilandjes van vrede te creëren. Er is geen andere weg.
Wanneer gelovigen zich ontpoppen tot helden van de liefde, hun hart voor iedereen openen en met hun ruime geweten de hele mensheid kunnen omarmen, zullen velen zich aansluiten bij die symfonie van liefde. De inspanningen van mensen die menselijke waarden vertegenwoordigen, zullen steun vinden in het collectieve geweten. Zo kan worden voorkomen dat de mensheid in een nieuw en duister avontuur wordt meegesleurd.
Als we van anderen menselijkheid verwachten, moeten wíj dat eerst daadwerkelijk in de praktijk laten zien. Niemand voelt zich aangetrokken tot mensen die hun toevlucht nemen tot geweld en verwoesting. Wie liefde en respect wil ontvangen, moet dat eerst zelf uitstralen. Alleen zo kan er tussen verschillende samenlevingen een wederzijdse, vruchtbare wisselwerking en een positieve synergie ontstaan; alleen zo kan er een verbondenheid rondom gedeelde menselijke waarden tot stand komen.
Helaas zijn er tegenwoordig, zowel onder moslims als onder aanhangers van andere religies en culturen, velen die hun emoties boven hun verstand plaatsen. Zij houden van afbraak en vernieling, en bouwen al hun plannen en projecten op vernietiging. Als zulke impulsieve, mateloze en onverantwoordelijke mensen de macht grijpen, sleuren zij de mensheid mee in avonturen waarvan niemand de gevolgen kan overzien. Ze wanen zich in staat de wereld met ruw geweld in het gareel te krijgen. De geschiedenis laat echter keer op keer zien dat de ontsporingen van macht mensen steeds opnieuw grote rampen hebben gebracht.
Het idee om mensen met geweld in het gareel te krijgen, tegenstanders te intimideren en de wereld met dwang orde op te leggen, is voor ons niet aan de orde. Wij geloven dat de problemen van de wereld opgelost kunnen worden met universele waarden als verdraagzaamheid, liefde en verzoening. Wij geloven dat deze aarde ruim en rijk genoeg is voor iedereen. Het gebruik van brute macht komt zelfs in onze dromen niet voor.
Bovendien moeten we beseffen dat geweld in de huidige wereld niet alleen de tegenstanders van degene die het gebruikt zal treffen. De gehele mensheid lijdt eronder, inclusief de daders zelf. Als ik over een magische kracht beschikte, zou ik degenen tegenhouden die de wereld met geweld en bruutheid willen vormen, zou ik het kwaad dat zij willen aanrichten blokkeren en de kernwapens uit hun handen nemen. Want de mensheid heeft eenvoudigweg geen draagkracht meer voor nieuwe rampen.
Daarom hebben we geen andere keuze dan onze weg voort te zetten met liefde, mededogen en zachtmoedigheid. Natuurlijk: als de vijand voor de deur staat, als onze territoriale integriteit, onze eerbaarheid en waardigheid worden bedreigd, dan moet worden gedaan wat noodzakelijk is. Maar dat is een geheel andere kwestie, en de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid ligt bij de bevoegde staatsgezaghebbers.
Er zijn tot op de dag van vandaag mensen geweest die zich tegen dialoog hebben uitgesproken. Allerlei beschuldigingen en laster werden geuit. Sommigen beweerden dat wij anderen in de kaart speelden, anderen beweerden dat wij de islam schade toebrachten. Maar een moslim heeft geen enkele reden om bang te zijn voor dialoog. Alleen wie niet zeker is van zijn eigen waarden, vreest een ontmoeting met andere culturen.
De inspanningen op het gebied van dialoog hebben tot nu toe prachtige resultaten voortgebracht. Zij hebben oprechte harten bereikt en duurzame, oprechte vriendschappen tot stand gebracht. Daarom hoeven aanvallen en beschuldigingen ons niet van onze koers af te brengen. Laat mensen zeggen wat zij willen. Wat er is en gebeurt, weet God, weet de Profeet ﷺ, en weten ook de mensen met wie wij in contact zijn. Laten we daarom beledigingen en onterechte verwijten niet groter maken dan ze zijn, maar met kalmte, vastberadenheid en geduld verdergaan op de weg die wij als juist hebben leren kennen.
[1]Koran, 35:16.
[2]Vgl. Koran, 4:133; 6:133; 9:39; 14:19; 47:38.
[3]Vgl. Bediüzzaman Said Nursî, Tarihçe-i Hayat (‘Levensgeschiedenis’), hoofdstuk over zijn vroege leven. De uitspraak stamt uit zijn verdedigingsrede Divan-ı Harb-i Örfî (1909).
