De tijdgeest bekijken vanuit de Eeuwige Maatstaf

Mp3 indir

Mp4 indir

HD indir

Share

Paylaş

De wereld waarin wij leven maakt een duizelingwekkend proces van verandering en transformatie door. Met de dag krijgt technologie meer greep op ons leven; afstanden krimpen, alles versnelt, de wereld wordt kleiner. Tegenwoordig kan een idee, een woord of een gedachte binnen enkele seconden de verste uithoeken van de wereld bereiken. Deze snelle verandering leidt enerzijds tot bepaalde vormen van verval op aarde, en anderzijds ook tot positieve ontwikkelingen.

Als mensen van deze tijd kunnen wij uiteraard niet onverschillig blijven voor deze ontwikkelingen. Willen wij met behoud van onze waarden richting geven aan de wereld om ons heen, dan moeten wij midden in het leven staan en de taal, de geest en de behoeften van het tijdperk juist verstaan. Alleen zo kunnen wij meevoeren met de wind van de tijd en richting geven aan de toekomst.

De tijd raadplegen

Bij het behandelen van grondteksten (naṣṣ[1]) die openstaan voor verschillende interpretaties en mogelijkheden, of van kwesties waarover geen definitief oordeel bestaat, moeten wij rekening houden met de omstandigheden waarin wij ons bevinden en de sturende invloed van de tijd. Bij het invullen van leemten in de rechtsvinding (ijtihād) moeten we de uitleg van het tijdperk in overweging nemen. In strikt wettelijke zin is abrogatie (naskh) geëindigd met het overlijden van de Godsgezant ﷺ. Deze bevoegdheid behoort immers uitsluitend toe aan de Profeet ﷺ zelf. Maar in het domein van interpretatie dat buiten de naṣṣ valt, mogen wij niet vergeten dat de tijd in zekere zin ook veel kwesties kan doen vervallen – dat wil zeggen: feitelijke verandering kan teweegbrengen in oordelen die voor verandering vatbaar zijn.

Een voorbeeld hiervan is het handelen van ʿUmar (moge God tevreden met hem zijn). In de tijd van de Profeet ﷺ werd een deel van de zakāt[2] toegekend aan degenen wiens harten toenadering tot de islam behoeven – de zogenoemde muʾallafa al-qulūb[3]. ʿUmar gaf hun dit aandeel niet langer omdat de islam in die tijd overal met zijn licht had verlicht en de harten en geesten had gewonnen. De krachten die dit licht wilden doven, stuitten op een vastberaden wil. Daarom was het niet langer nodig om hun een aandeel van de zakāt te geven om zeker te zijn van hun kwaad. Met zijn briljante geest en scherp inzicht kwam ʿUmar tot de rechtsvinding voor de omstandigheden van die dag.

Dit betekent echter niet – zoals sommigen menen – dat hij het oordeel van het vers heeft gewijzigd. Zoals Zāhid al-Kawtharī in zijn Maqālāt uitvoerig uiteenzet, gaat het om de interpretatie van de uitdrukking muʾallafa al-qulūb in het vers. De rechtsgrond (ʿilla) van dit oordeel – d.w.z. de omstandigheid, eigenschap of reden die aanleiding gaf tot het oordeel – is door het vers zelf vastgesteld als het verzoenen van de harten (taʾlīf al-qulūb). Zoals in de methodologie van de islamitische jurisprudentie (uṣūl al-fiqh) wordt benadrukt: wanneer de rechtsgrond aanwezig is, geldt het oordeel en wordt het toegepast; wanneer de rechtsgrond wegvalt, vervalt ook het oordeel en wordt het niet toegepast.

ʿUmar had zijn tijd zeer goed doorgrond en kwam onder die omstandigheden tot deze rechtsvinding. In onze tijd kunnen wij stellen dat deze rechtsgrond opnieuw aanwezig is. Vandaag de dag zijn er immers talloze mensen wier harten door liefdadigheid en weldadigheid verzoend kunnen worden, en die zo nader tot de islam gebracht kunnen worden. In zekere zin heeft de tijd, door het veranderen van de omstandigheden, de rechtsvinding van ʿUmar die specifiek voor die periode gold doen vervallen, en de rechtsgrond van het oordeel nieuw leven ingeblazen.

De ontwikkelingen van onze tijd kunnen ons nieuwe perspectieven bieden bij het begrijpen van de grondteksten. Met de kennis en wetenschappelijke mogelijkheden van vandaag is het mogelijk om binnen het kader van de islamitische rechtsmethodologie (uṣūl al-fiqh) nieuwe oordelen af te leiden uit verzen en overleveringen. Vooral met de snelle vooruitgang van wetenschap en technologie zijn er bijvoorbeeld op het gebied van handel, transacties en zakelijke omgang talrijke nieuwe kwesties ontstaan waarmee de rechtsgeleerden van vroegere tijden nooit te maken hadden. De oplossing van deze kwesties rust op ons, als mensen van deze tijd.

Nieuwe interpretaties in de exegese

Ook in nieuw te schrijven Korancommentaren (tafsīr) moet beslist te rade worden gegaan bij wat de tijd ons leert. Met inachtneming van de kennis en wetenschappelijke ontwikkelingen van het tijdperk dienen de grondteksten benaderd te worden in een taal die de mens van vandaag kan begrijpen. In het bijzonder lenen verzen die wetenschappelijke feiten raken zich uitstekend voor hernieuwde interpretatie in het licht van de moderne wetenschap.

De klassieke exegeten hebben immers ook hun interpretaties gegeven op basis van het wetenschappelijke niveau van hun eigen tijd. Tegenwoordig zijn wetenschappelijk onderzoek en de daaruit voortvloeiende kennis echter veel systematischer en omvattender geworden. Veel zaken die in het verleden een mysterie waren – zoals de ontwikkeling van het kind in de baarmoeder, de bestuivende rol van de winden, de bewegingen van hemellichamen – zijn nu tot in detail bekend. Dit maakt het mogelijk om de betreffende verzen op een meer gestructureerde, verhelderende en met een eigentijdse blik uit te leggen.

Zo heeft Ṭanṭāwī Jawharī een commentaar voortgebracht waarin hij Koranverzen in verband brengt met de wetenschappelijke gegevens van zijn tijd – een haast encyclopedisch werk. Maar de wetenschappen vorderen zo snel dat sommige informatie in zijn werk onvermijdelijk moet worden bijgesteld met de wetenschappelijke kennis van vandaag. De vooruitgang in uiteenlopende disciplines – van handel tot kunst, van technologie tot medische ontwikkelingen, van natuurkunde tot scheikunde – vereist dat we nieuwe perspectieven op de Koran ontwikkelen en onze interpretatieve horizon verruimen.

Eigentijdse vormen van dienstbaarheid

Soortgelijke overwegingen gelden voor de manier waarop wij dienstbaar zijn aan de samenleving. In de hedendaagse wereld zijn beroepen, bezigheden en opvattingen ingrijpend veranderd. De methoden om religieuze waarden over te brengen moeten daarom opnieuw worden bezien. Wij zijn genoodzaakt nieuwe taal, stijl en middelen te vinden waarmee we de mens van vandaag kunnen aanspreken.

In de wereld van gisteren bestonden televisie noch internet; film noch theater waren bekend. Vandaag zijn deze middelen echter een onmisbaar deel van het leven geworden. Mensen kunnen hun gedachtegoed en levensvisie delen via deze kanalen. Het is dus aan ons om manieren te zoeken om onze eigen waarden en boodschap doeltreffend uit te dragen met de culturele instrumenten van dit tijdperk.

Zo is het mogelijk om via de taal van de kunst krachtige romans en verhalen te schrijven, en door hoogwaardige series en films te produceren zeer uiteenlopende groepen te bereiken. Recentelijk zijn hiervan ook prachtige voorbeelden te zien. Als je niet genoeg mensen hebt die niet kunnen schrijven, scenario’s kunnen bedenken, de waarheid in een esthetische vorm kunnen gieten en de podiumkunsten beheersen, dan is het zaak op deze gebieden gekwalificeerde mensen op te leiden. Bij wijze van spreken, om effectief te kunnen zijn op een veld waar iedereen wedijvert, moet je een goed team samenstellen en het spel spelen volgens de regels van de tijd.

Aan de andere kant is er in de wereld van vandaag een opvallende vervreemding van religie en spiritualiteit waar te nemen. Bovendien vertonen werelds ingestelde mensen soms vooringenomen en zelfs vijandige houdingen jegens gelovigen, terwijl gelovigen op hun beurt afstandelijk en zelfs grof kunnen zijn tegenover andersdenkenden.

Juist in een tijd van toenemende verdeeldheid en conflicten, is het ongeacht de identiteit of levensstijl van de ander des te meer nodig om tolerant en  verdraagzaam te zijn en te zoeken naar wegen van dialoog. Het past niet bij mensen die in de voetsporen van de profeet treden om muren op te werpen tussen ons en anderen of hen opsluiten in hun eigen werelden. Niets rechtvaardigt dat wij ons van mensen distantiëren of hen uit ons leven weren op grond van hun levensstijl.

Sterker nog, dankzij initiatieven van verdraagzaamheid en dialoog hebben wij vaak de gelegenheid gehad mensen uit zeer uiteenlopende kringen te leren kennen. Het diepe respect en de liefde die zij koesterden voor God en Zijn Boodschapper ﷺ hebben ons menigmaal verbaasd. Het bleek dat in harten waarvan wij het nooit hadden vermoed, grote juwelen verborgen lagen. Juwelen die uit zichzelf al een zachte glans verspreiden – wie weet hoe zij zullen schitteren wanneer het volle licht er eenmaal op valt.

Tijdloze waarheden

Hier is een nuancering op zijn plaats: openstaan voor de vernieuwingen die de tijd ons biedt, betekent niet dat wij alles wat tot het verleden behoort als verouderd moeten beschouwen en als afgedankte rommel bij het grofvuil moeten zetten. Het werk dat onze voorgangers met ontelbare inspanningen en toewijding hebben voortgebracht, bevat waardevolle schatten die ook vandaag nog benut kunnen worden. Dit erfgoed negeren of veronachtzamen zou zowel onrecht jegens onze voorgangers zijn als een intellectueel tekort.

Aan de andere kant maakt het niet uit hoeveel tijd er ook overheen gaat, er zijn nou eenmaal waarheden die nooit verouderen. Zij komen immers voort uit een bron die zelf niet veroudert. Wat hen in de ogen van sommigen ‘verouderd’ doet lijken, is het roet en stof dat zich in de loop der tijd op hen heeft afgezet. Wat nodig is, is hen opnieuw op te poetsen en hun glans in ere te herstellen.

Wat veroudert, is mensenwerk – wat tijdgebonden is. Het kan met de jaren verslijten en zijn houdbaarheidsdatum bereiken. Maar kennis en voorschriften die uit een hemelse bron komen, behouden altijd hun frisheid en levendigheid. Hen daarom slechts als ‘antieke artefacten’ beschouwen – met behoud van eerbied, maar in de veronderstelling dat zij niet de behoeften van onze tijd kunnen voorzien – zou een grote vergissing zijn.

Overeenstemming met de grondbeginselen

We moeten ook niet vergeten dat welke vernieuwingen de tijd ons ook brengt, de fundamenten van onze religie – de basisdisciplines van Koran en Sunnah – zijn onveranderlijk. Het is aan ons om stevig aan deze stabiele waarden vast te houden en elke kwestie naar deze maatstaven te beoordelen. Bij het oplossen van de problemen waarmee wij worden geconfronteerd, is het essentieel om maximaal gebruik te maken van de kennis, ervaring en mogelijkheden van de tijd. Maar tegelijkertijd moeten wij bij elk onderwerp nauwgezet onderzoeken of het in overeenstemming is met de muḥkamāt (de grondbeginselen) van de religie, met het zuivere begrip van de salaf al-ṣāliḥīn – de generatie van de metgezellen en de hen opvolgende generaties, hun geleerden, hun spirituele meesters en hun vromen – en met de kwesties waarover zij consensus (ijmāʿ) hebben bereikt.

Daarvoor moeten wij allereerst de islam en zijn basisbronnen, de Koran en de Sunnah, grondig kennen. Moge God voor eeuwig tevreden zijn met onze voorgaande geleerden: zij hebben uiterst diepgaand onderzoek verricht naar het begrijpen van de goddelijke openbaring, solide criteria vastgesteld voor de geloofsleer (uṣūl al-dīn) en de islamitische rechtsmethodologie (uṣūl al-fiqh), en heldere en systematische disciplines ontwikkeld voor de islamitische wetenschappen. Wie trouw blijft aan dit wetenschappelijke erfgoed, raakt in religieuze kwesties niet in verwarring. Zij hebben immers elke kwestie met grote zorgvuldigheid zo fijn onderzocht, dat vrijwel elk religieuze punt werd opgehelderd.

De methoden en regels die de geleerden hebben ontwikkeld voor het begrijpen van de religie zijn tot op heden talloze malen toegepast en getoetst aan de grondbeginselen van de religie; zij vormen voor ons daarom een betrouwbare en veilige weg. Wij kunnen ze vergelijken met borden en wegwijzers langs de weg. Als wij niet opletten, kunnen wij van de weg afraken. Willen wij dus veilig en zonder ongelukken onze weg vervolgen, dan moeten wij trouw blijven aan de disciplines die zij hebben vastgesteld. In het bijzonder moeten de keuzes die wij in naam van de religie maken, altijd in harmonie zijn met de basisbronnen van de religie.

God beveelt ons in Zijn Verheven Boek om ons stevig vast te klampen aan Zijn touw.[4] Wanneer wij met onze handen een stevig touw vasthouden, kunnen wij veilig wandelen in elk tijdperk en in welk gebied dan ook, en zonder enige zorg contact leggen met mensen van uiteenlopende opvattingen en filosofieën. Met zo’n houvast hoeven wij niet te vrezen dat we van ons stuk gebracht zullen worden. Wij herkennen gemakkelijk welke hedendaagse invloeden en verleidingen haaks staan op onze kernwaarden en waardoor wij van onze koers verwijderd kunnen raken. Bevinden wij ons op glad ijs, dan zullen we voorzichtiger handelen en onze standvastigheid handhaven.

Kortom, met de tijd komt de wetenschap tot bloei, vordert de technologie, verandert de cultuur, en ontvouwt de tijd zijn verborgen schatten voor onze ogen. In dit proces ondergaan ook onze inzichten een transformatie. Als wij de tijd kunnen benutten als een lens of verrekijker, kunnen wij de Koran beter begrijpen en meer treffende methoden en technieken ontwikkelen voor het uitdragen van de boodschap. Bij het formuleren van standpunten over kwesties die openstaan voor interpretatie, kunnen wij ons de tijdgeest eigen maken. Maar wat wij ook doen, wij moeten trouw blijven aan de grondbeginselen van de religie, de geest van de Koran niet schaden, en ons respect voor de grondteksten boven alles stellen.

[1] Gezaghebbende teksten uit de Koran en Hadith waaruit religieuze oordelen worden afgeleid.

[2] De verplichte jaarlijkse afdracht van een deel van iemands vermogen aan bepaalde categorieën rechthebbenden; een van de vijf zuilen van de islam.

[3] Ontleend aan Koran 9:60, waarin acht categorieën worden genoemd die recht hebben op zakāt. Eén daarvan zijn de mensen wier harten men wil vezoenen met de islam, of van wier mogelijke schade men zich wil verzekeren.

[4] Koran 3:103.